Restoration ecology
Laws and regulations

Een voorbeeld van natuurherstel: Scheelhoekeilanden

In de Haringvliet zijn midden jaren ’90 eilandjes aangelegd als broedhabitat voor kustbroedvogels. Geleidelijk aan zijn de Scheelhoekeilanden echter minder geschikt geworden voor kustbroedvogels. In opdracht van Natuurmonumenten hebben we samen met Deltamilieu Projecten een herinrichtsplan opgesteld, incl. langjarig beheer en kostenramingen. Het project is een mooi voorbeeld van actief herstel van een natuurgebied, zoals bedoelt in de Natuurherstelverordening.

Veranderingen in kustgebieden

Het areaal broedhabitat voor kustbroedvogels is door de Deltawerken fors afgenomen. Met de aanleg van de Scheelhoekeilanden (en vergelijkbare projecten) is nieuw broedhabitat gecreëerd voor meeuwen, sterns, plevieren en kluut. Geleidelijk zijn de Scheelhoekeilanden echter minder geschikt geworden door vegetatiesuccessie, opkomst van grondpredatoren, cumulatie van organisch materiaal in de bodem, alternatieve broedplekken en overstromingsrisico’s. Deze veranderingen zien we ook elders optreden, met daarnaast ook een forse impact van bijvoorbeeld recreatie.

In de afgelopen decennia broeden er op de Scheelhoekeilanden grote aantallen dwergsterns, visdieven, grote sterns, kluten en ook bontbekplevieren en kleine plevieren. Gezien de druk op populaties kustbroedvogels in Nederland, is herstel en verbetering van broedhabitat noodzakelijk.
Bontbekplevier (foto: Bas van den Boogaard)

Effecten van maatregelen

Eerder uitgevoerde beheermaatregelen en tussentijdse herinrichting zijn door ons vergeleken met de ontwikkeling van de aantallen broedparen. Zijn er maatregelen die effect hebben gehad op het aantal broedparen? En wat kunnen we daarvan leren voor het opstellen van een nieuw plan?
Uit deze analyse is gebleken dat sommige maatregelen beter niet herhaald kunnen worden (b.v. experimenten met betonplaten en zandcementmengsel). Deze maatregelen zijn weliswaar succesvol in het remmen van vegetatiesuccessie, maar blijken minder geschikt voor het daadwerkelijk broeden van vogels (betonplaten) of blijken niet duurzaam door degradatie en problemen met beheer (zandcementmengsel).

Het aanbrengen van zout, jaarlijks maaibeheer, incidenteel terugzetten van de toplaag van de eilanden en actief beheer van grondpredatoren zijn wel werkbaar en succesvol. Tot slot hebben we op basis van exacte nestlocaties en nauwkeurige waterstandsmetingen het risico op overspoeling van legsels bepaald.

Een nieuw plan voor herstel

Samen met Natuurmonumenten hebben we in detail een plan uitgewerkt.
Per eiland zijn tot op de centimeter nauwkeurig nieuwe hoogteprofielen voorgesteld en zijn de taluds van de eilanden aangepast. Hiermee ontstaat een groter areaal iets hoger liggend broedhabitat. Met de aangepaste hoogteprofielen en herdimensionering worden risico’s op overspoeling van legsels flink verkleind. Op de meeste eilanden wordt een nieuwe laag voedselarm marien zand aangebracht. Van alle eilanden zijn gedetailleerde kaarten gemaakt (schaal 1:2000).

Opvolgend beheer is cruciaal in duurzaam behoud van de eilanden voor kustbroedvogels; daarvoor hebben we een schema opgesteld die de komende 30 jaar afdekt. Dit is vooral gericht op het remmen van vegetatiesuccessie en beheer van grondpredatoren. In dit plan is veel aandacht besteed aan de praktische uitvoerbaarheid van maatregelen, in combinatie met de effectiviteit ervan. Daarmee kan het plan snel overgaan tot realisatie.