Biodiversity
Monitoring and surveys

Drempelwaarden voor toetsing effect offshore windparken op vogels: Acceptable Levels of Impact (ALI)

Bij Waardenburg Ecology voeren we veel effectstudies uit. Om de effecten van additionele sterfte op populatieniveau te toetsen, maken we gebruik van populatiemodellen.

Binnen het Wozep-programma (Wind Op Zee Ecologisch Programma, Rijkswaterstaat) hebben we populatiemodellen ontwikkeld voor soorten die gevoelig zijn voor effecten van offshore windparken. Met deze modellen kan het verloop van de populatie worden geschat op basis van soort-specifieke overleving en reproductie. Zo kunnen verschillende windparkscenario’s worden vergeleken.

Acceptabele drempelwaarde

Om vervolgens te kunnen bepalen of een gemodelleerde impact acceptabel is, was een drempelwaarde nodig. Hiervoor hebben we vanuit Waardenburg Ecology samen met Wageningen Marine Research een framework opgesteld op basis waarvan beleidsmakers deze drempelwaarden, Acceptable Levels of Impact (ALI), vast kunnen stellen.

Deze ALI is gedefinieerd als:
‘De kans dat de voorspelde populatiegrootte na 30 jaar X% lager is met impact t.o.v. zonder impact, mag niet groter zijn dan Y%.’

Binnen deze methodiek wordt een duidelijke scheiding gemaakt tussen wetenschap (ecologie) en beleid. De populatiemodellen zijn gemaakt op basis van wetenschappelijke kennis, net als de schattingen van slachtofferaantallen. Vanuit beleid moeten binnen deze methodiek twee soortspecifieke keuzes gemaakt worden.

Acceptabele afname X

De eerste soortspecifieke beleidskeuze is voor X, die een bepaalde afname aangeeft. De waarde voor Y geeft een maximaal acceptabele kans op een dergelijke afname. Wanneer deze kans wordt overschreden voor de gekozen waarde voor X, is de conclusie dat de impact niet acceptabel is.

Acceptabele kans Y op een dergelijke afname

Hoewel in de ALI-definitie Y wordt gegeven als maximaal acceptabele kans op een dergelijke afname, is de beleidskeuze niet de keuze voor Y, maar de keuze voor een ‘causaliteitskans’ (Pc). De reden daarvoor is dat het effect van de impact wordt gemeten ten opzichte van de mediane populatiegrootte na 30 jaar van het scenario zonder impact. Doordat variatie wordt meegenomen in de populatiemodellen geeft elke simulatie een iets andere uitkomst. Ook in het scenario zonder impact kan daardoor de drempelwaarde voor X overschreden worden. Zie hieronder een hypothetische frequentieverdeling van simulaties voor zowel het scenario zonder impact (stippellijn) als het scenario met impact (doorgetrokken lijn). Simulaties waarbij de afname ten opzichte van het referentiepunt hoger is dan X worden weergegeven in grijs en oranje vlakken. De beleidskeuze voor de causaliteitskans geeft aan hoe zeker we willen zijn dat de overschrijding van X het gevolg is van de offshore windparken. In feite geeft Pc aan hoeveel groter de kans op overschrijding mag worden als gevolg van de offshore windparken, ten opzichte van het scenario zonder impact (in de figuur: de grootte van het oranje vlak ten opzichte van het grijze vlak).

Toepassing

Deze methodiek wordt toegepast om de effecten van offshore windparken op populatieniveau te toetsen. Het is gebruikt in de cumulatieve beoordelingen voor (geplande) offshore windparken op de zuidelijke en centrale Noordzee binnen Kader Ecologie en Cumulatie (KEC), net als in Milieu Effect Rapportages (MER) voor offshore windparken. Ook voor andere vormen van impact kan deze methodiek worden gebruikt.