Biodiversity
Monitoring and surveys

Extra zomerronde zorgt voor meer inzicht in kwaliteit stroomdalgraslanden

In opdracht van de provincie Gelderland heeft Waardenburg Ecology in 2023 een inventarisatie uitgevoerd van de verspreiding van de aanwezige stroomdalflora op oeverwallen langs de Waal. Deze resultaten helpen de provincie inzien wat de ruimtelijke en tijdelijke variatie is van stroomdalflora op oeverwallen met jaarrond extensieve begrazing. En wat onder dit beheer de kansen zijn voor het prioritaire habitattype stroomdalgraslanden (H6120) in de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Loevestein. Uit de monitoring is het belang van een aanvullende zomermonitoringsronde gebleken.

Kwalificerende stroomdalvegetaties

Volgens het habitatprofiel H6120 (Natura2000.nl) zijn stroomdalgraslanden soortenrijke, relatief open tot tamelijk gesloten, grazige begroeiingen op droge, relatief voedselarme, zandige tot zavelige en meestal kalkhoudende standplaatsen langs de grote en kleinere rivieren. Ze komen voor op stroomruggen, oeverwallen, rivierduinen en op dijken en soms op erosie- en steilrandjes, terrasranden of langs de winterbedrand.
De plantengemeenschappen van de stroomdalgraslanden die in Nederland voorkomen, zijn verspreid over Noordwest-Europa en hebben in ons land hun zwaartepunt.

Kalkminnende graslandvegetaties

Er is een aantal kalkminnende graslandvegetaties dat op oeverwallen langs rivieren kwalificeert als stroomdalgrasland, zoals onder meer de Associatie van Vetkruid en Tijm (14Bc1) en de Associatie van Sikkelklaver en Zachte haver (14Bc2).
Oeverwallen met extensieve jaarrond begrazing ontwikkelen meestal ruderale grazige vegetaties die vallen onder de Kweekdravik-associatie (31Ca02). Deze kwalificeren als stroomdalvegetatie mits er ten minste twee typische plantensoorten aanwezig zijn van het stroomdalgrasland (zie habitatprofiel H6120). De minimum oppervlakte van kwalificerende vegetaties is daarnaast ten minste 100m2. Om dit criterium vast te stellen, zijn de data uit SNL-karteringen niet bruikbaar, omdat de karteerschaal voor plantensoorten 1:25.000 is. Daarnaast liggen stroomdalgraslanden in dynamische systemen (begrazing, erosie, zandafzetting en overstromingen) waarbij soorten van plaats kunnen wisselen of ’wandelen’ over het rivierduin.
Kweekdravik (Bromopsis inermis subsp. inermis)
Bloeit vanaf half juni (Bisonbaai)

Voorjaarsronde

De optimale bloeitijd en daarmee karteerperiode van stroomdalgraslanden is begin mei tot en met half juni. In deze periode zijn soorten als brede ereprijs, geoorde zuring, sikkelklaver, handjesgras, kleine ruit, veldsalie, zacht vetkruid, cipreswolfsmelk, walstrobremraap, kleine ratelaar en ruige weegbree goed te karteren. Brede ereprijs is een van de vroegst bloeiende stroomdalsoorten (eerste helft mei) die na de bloei gemakkelijk gemist wordt.

Aanvullende zomerronde

Voor deze inventarisatie hebben Waardenburg Ecology en de provincie Gelderland gekozen voor een aanvullende zomerronde, omdat enkele doelsoorten juist in de zomer (eind juni – augustus) optimaal ontwikkeld zijn. Indien de kartering zich beperkt tot een voorjaarsronde worden deze soorten veelal gemist. Vegetatief zijn enkele soorten herkenbaar, zij het minder duidelijk. Tijdens de zomerronde hebben we dan ook soorten gezien, die in de lente niet of slechts sporadisch zijn aangetroffen. Het gaat om de naamgevende soort van de Kweekdravik-associatie: kweekdravik. Verder zijn in de zomer slanke mantelanjer, grote tijm, kleine steentijm, borstelkrans, graskers, beklierde kogeldistel, langstekelige distel en bont kroonkruid gevonden.
Graskers (Lepidium graminifolium)
In de lente nauwelijks herkenbaar, 's zomers niet te missen (r)

Stroomdalgraslanden beter in beeld

Voor stroomdalgraslanden is een extra zomerronde een meerwaarde om de kwaliteit en kwalificatie van het habitattype te bepalen. Met deze boodschap willen wij terreinbeheerders, opdrachtgevers en adviesbureaus uitdagen de monitoring verder te optimaliseren, zodat het prioritaire habitattype stroomdalgraslanden beter in beeld komt.