Na het broedseizoen in Noorwegen trokken de meeste gezenderde vogels zuidwaarts naar warmere wateren. Een deel van de individuen vonden een mooi plekje langs de kust van Frankrijk of België, waar zij gedurende de winter verbleven. Andere vogels brachten de winter volledig op zee door, mogelijk rustend op offshore constructies zoals platforms en zelfs windturbines.
Met name deze laatste groep staat centraal in ons vervolgonderzoek, waarin we nagaan in hoeverre offshore windparken het gedrag van grote mantelmeeuwen beïnvloeden. Vermijden ze windparken, of raken ze er juist aan gewend en worden misschien zelfs erdoor aangetrokken? En hoe kunnen we het risico op aanvaringen met turbinebladen helpen verminderen?